BESLUIT GEDRAGSTOEZICHT FINANCIELE ONDERNEMINGEN PDF

Er wordt een lid toegevoegd, luidende: 2. Overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel , tweede of derde lid, van de Wet op het financieel toezicht is beboetbaar met categorie 3. B Bijlage A wordt gewijzigd als volgt: 1. In subonderdeel 1.

Author:Vurg Mazulmaran
Country:Estonia
Language:English (Spanish)
Genre:Spiritual
Published (Last):22 December 2004
Pages:363
PDF File Size:10.38 Mb
ePub File Size:12.50 Mb
ISBN:300-2-91575-389-8
Downloads:98109
Price:Free* [*Free Regsitration Required]
Uploader:Moogulkree



Er wordt een lid toegevoegd, luidende: 2. Overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel , tweede of derde lid, van de Wet op het financieel toezicht is beboetbaar met categorie 3. B Bijlage A wordt gewijzigd als volgt: 1. In subonderdeel 1.

In subonderdeel 2. B In subonderdeel 2. B De bijlage wordt gewijzigd als volgt: 1. Subonderdeel 2. Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Twee van deze knelpunten zien op het BGfo en worden in dit wijzigingsbesluit aangepakt. Ook wordt het financieren van terrorisme opgenomen als relevant antecedent voor de betrouwbaarheidstoetsing. Daarnaast bevat dit wijzigingsbesluit een aantal wijzigingen dat betrekking heeft op bestuurlijke boetes.

Tot slot bevat dit besluit een aantal wijzigingen met betrekking tot Caribisch Nederland. Crowdfunding Crowdfunding — een vorm van financiering, waarbij de onderneming al dan niet met behulp van een bemiddelend platform rechtstreeks financiering verkrijgt van het publiek — is een waardevolle toevoeging aan de mogelijkheden voor bijvoorbeeld het midden- en kleinbedrijf om financiering te verkrijgen.

De relatief laagdrempelige toegang maakt dat ondernemers via crowdfunding investeerders kunnen bereiken die bij meer traditionele financieringsvormen minder eenvoudig bereikt kunnen worden. Met deze transitie van opstartfase naar groeifase groeit ook het belang van goed en passend toezicht op de sector. Dat betekent enerzijds dat wet- en regelgeving geen onnodige belemmering mogen vormen voor de activiteiten die crowdfundingplatformen ontplooien, terwijl anderzijds de belangen van geldvragers ondernemingen en geldgevers het publiek ook voldoende beschermd moeten worden.

Wet- en regelgeving dienen derhalve bij te dragen aan een verantwoorde groei van crowdfunding. Tegen die achtergrond is, mede naar aanleiding van vragen van de Tweede Kamerleden Lucas en De Vries, onderzocht of het huidige toezichtsysteem beter kon worden toegesneden op de snelle groei van crowdfunding. In de kabinetsreactie is toegezegd deze knelpunten nader te bestuderen en waar nodig weg te nemen. Voor dit wijzigingsbesluit zijn twee knelpunten van belang, namelijk het provisieverbod voor beleggingsondernemingen en het ontheffingsregime voor bemiddelen bij het verkrijgen van opvorderbare gelden.

Provisieverbod voor beleggingsondernemingen Crowdfundingplatformen kunnen op verschillende manieren hun activiteiten vormgegeven.

Wanneer de gevraagde financiering bijvoorbeeld als obligatielening wordt vormgegeven dan voert het platform bemiddelende werkzaamheden uit ten aanzien van een financieel instrument in dit voorbeeld een effect en zal het platform zeer waarschijnlijk als beleggingsonderneming kwalificeren.

Afhankelijk van de precieze dienstverlening van het platform kan het provisieverbod voor beleggingsondernemingen van toepassing zijn artikel a van het BGfo. Dit brengt met zich mee dat een platform dat als beleggingsonderneming kwalificeert geen vergoeding mag ontvangen van de geldvrager. De vergoeding die het platform bij een succesvol project van de geldvrager ontvangt, is voor crowdfundingplatformen in het algemeen echter de belangrijkste bron van inkomsten.

Uiteraard kunnen platformen een vergoeding van de geldgevers vragen. Bij crowdfundingplatformen die niet als beleggingsonderneming kwalificeren kan echter wel een vergoeding van de geldvrager worden gevraagd, aangezien voor dergelijke platformen het provisieverbod van artikel a van het BGfo niet geldt.

Vanwege concurrentieoverwegingen zal er daarom een limiet zitten aan de hoogte van de vergoeding die het platform dat als beleggingsonderneming kwalificeert aan geldgevers in rekening kan brengen. Het is daarom zeer de vraag of een platform dat kwalificeert als beleggingsonderneming op die manier een duurzaam verdienmodel kan ontwikkelen.

Het provisieverbod voor beleggingsondernemingen is daarmee potentieel een belangrijke belemmering voor de ontwikkeling van deze vorm van crowdfunding. Daarmee wordt ook de keuze van geldvragers en geldgevers voor bepaalde vormen van financiering onnodig beperkt. De meest geschikte vorm van financiering — zij het een onderhandse lening, een obligatielening of een participatie in het eigen vermogen — hangt af van de omstandigheden van het geval.

Doordat crowdfunding in de vorm van effecten onnodig hinder zou kunnen ondervinden van het provisieverbod, kiezen geldgevers en geldvragers wellicht eerder voor een andere vorm van crowdfunding en daarmee een vorm van financiering die, gegeven de specifieke omstandigheden, niet de meest geschikte hoeft te zijn.

Met een uitzondering op het provisieverbod voor crowdfunding wordt de keuze voor een bepaalde vorm van crowdfunding minder afhankelijk van het specifieke regelgevend kader dat op de verschillende vormen van crowdfunding van toepassing is. Zoals eerder vermeld is de toepassing van het provisieverbod voor beleggingsondernemingen afhankelijk van de precieze dienstverlening van het platform. In het eerder aangehaalde onderzoeksrapport van de AFM wordt als optie genoemd om te onderzoeken of de activiteiten van platformen zodanig te interpreteren zijn dat deze niet kwalificeren als beleggingsdienst waarop artikel a van het BGfo van toepassing is.

Die uitzonderingen bieden voor crowdfunding echter geen soelaas. De onderdelen a en d tot en met e zien op specifieke, niet aan crowdfunding gerelateerde, situaties. Onderdeel b zondert provisies die noodzakelijk zijn voor het verlenen van de dienst uit van het provisieverbod.

Het is de vraag of het ontvangen van een vergoeding van de geldvrager gekwalificeerd kan worden als noodzakelijk voor de dienstverlening. Het doel van het provisieverbod is de belegger te beschermen tegen de prikkels die van provisies van derden uitgaan en ertoe kunnen leiden dat beleggingsondernemingen niet in het belang van de klant handelen. Het desbetreffende instrument hoeft echter niet noodzakelijkerwijs de beste keuze voor de belegger te zijn.

Meer indirect kan een beleggingsonderneming ook sturen door een voorselectie van producten te maken waar de beleggingonderneming de hoogste provisie voor zou ontvangen. Hoewel dergelijke prikkels ook bij crowdfunding een rol kunnen spelen, zorgen de specifieke kenmerken van crowdfunding er voor dat deze prikkels veel minder sterk zijn. Bovendien zal de beoogde uitzondering op het provisieverbod, zoals hieronder nader wordt beschreven, niet van toepassing zijn indien het platform adviseert ten aanzien van de effecten die via het platform worden aangeboden.

Mocht een platform toch willen adviseren over effecten die via het platform worden aangeboden, dan kan geen gebruik worden gemaakt van de uitzondering en blijft het provisieverbod van toepassing op de dienstverlening van het platform. Een crowdfundingplatform zal wel indirect, bijvoorbeeld via de voorselectie van projecten waarvoor hij de hoogste provisie ontvangt, sturend op kunnen treden in de zin dat een belegger wellicht naar een project wordt geleid dat niet noodzakelijkerwijs het beste bij de voorkeuren van die belegger past.

De projecten waarvoor via crowdfunding financiering gezocht wordt, verschillen in de praktijk echter sterk van elkaar. Dit brengt met zich mee dat verschillende projecten ook een verschillend publiek kunnen hebben. Zodoende neemt de kans op succesvolle afronding van projecten toe en verdient het platform extra aan een project; een deel van de inkomsten van een platform komen uit een zogenaamde succesvergoeding.

Dit principe zal daarom het mogelijke sturende effect mitigeren dat provisies van de geldvrager kunnen hebben op het platform. Daar komt bij dat de vergoeding die het platform van een geldvrager ontvangt, zoals hieronder nader wordt beschreven, geen afbreuk mag doen aan de verplichting om zich in te zetten voor de belangen van de klant geldgever en dient het platform transparant te zijn over de vergoeding.

Gezien de beperkte prikkels voor platformen om sturend op te treden in de selectie van projecten, de wens om de markt duidelijkheid te bieden en de ontwikkeling van crowdfunding als alternatieve financieringsvorm niet onnodig te belemmeren, wordt een uitzondering op het provisieverbod voor crowdfundingplatformen daarom gerechtvaardigd geacht. Dat neemt echter niet de noodzaak weg om de uitzondering zo beperkt mogelijk te houden, zodat oneigenlijk gebruik zoveel mogelijk wordt voorkomen. In dat kader worden enkele voorwaarden gesteld aan de uitzondering.

Zoals hierboven naar voren kwam, verlenen crowdfundingplatformen typisch gezien deze beleggingsdienst. Ten tweede kan de dienstverlening alleen zien op aandelen en obligaties of daarmee vergelijkbare waardebewijzen of schuldinstrumenten, rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe daaronder niet inbegrepen, die zijn uitgegeven in het kader van een publieksinvestering.

Bij crowdfunding wordt namelijk geld opgehaald voor een bepaald doel, bijvoorbeeld startkapitaal, openen nieuw filiaal etc. Dit doel wordt ook kenbaar gemaakt, omdat het publiek anders geen enkele inschatting zou kunnen maken van de haalbaarheid van het project.

Om het onderscheid tussen crowdfundingplatformen en andere typen beleggingsondernemingen scherper te krijgen, wordt het bestedingsdoel nader ingekaderd.

De nadere inkadering houdt in dat wanneer de opvorderbare gelden worden aangetrokken door het grootbedrijf de gelden niet gebruikt worden voor lopende bedrijfsactiviteiten, zoals het voldoen van lopende loon verplichtingen of herfinanciering. Het bestedingsdoel moet meer concreet worden omschreven, zoals het openen van een nieuw filiaal of de aanschaf van een nieuwe productielijn.

Voor het midden- en kleinbedrijf geldt deze additionele voorwaarde niet. Het grootbedrijf zal in het algemeen toegang hebben tot meerdere financieringskanalen. De toegang tot crowdfunding voor lopende bedrijfsactiviteiten is daardoor minder noodzakelijk voor het grootbedrijf. Juist voor het midden- en kleinbedrijf is een zo breed mogelijke toegang tot crowdfunding wel belangrijk, omdat zij doorgaans over minder andere financieringskanalen beschikken.

De nadere inkadering van het bestedingsdoel voorkomt derhalve sturing door beleggingsonderneming bij meer gangbare beleggingsdienstverlening, terwijl voor het midden- en kleinbedrijf brede toegang tot crowdfunding gewaarborgd wordt. Om sturing bij gangbare beleggingsdienstverlening te voorkomen is ook dienstverlening ten aanzien van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe uitgesloten. Het verschil tussen beide vormen van publieksfinanciering is gelegen in de manier waarop de opvorderbare gelden van het publiek worden aangetrokken.

Bij de publieksinvestering wordt dat gedaan via het uitgeven van effecten zoals aandelen of obligaties, waarbij de geldvrager in principe ook een prospectus moet opstellen. Bij de publiekslening worden de gelden aangetrokken door middel van een onderhandse lening en vindt er geen aanbod van effecten plaats. Bij een onderhandse lening hoeft de geldvrager geen prospectus op te stellen. Het derde vereiste is dat de betrokken effecten worden aangeboden door de onderneming zelf.

Door deze eis wordt bewerkstelligd dat secundaire handel in eenmaal uitgegeven effecten niet onder de uitzondering kan vallen. In dat geval staat de bemiddelende rol tussen geldgever en geldvrager niet meer centraal en is het derhalve niet langer nodig die rol te ondersteunen door middel van een uitzondering op het provisieverbod.

Verder geldt dat het platform de algemene provisieregels voor beleggingsondernemingen in acht moet nemen. Dit betekent dat beleggingsondernemingen provisies door of aan een derde voor deze diensten duidelijk kenbaar moeten maken richting de klant. Daarnaast moeten deze provisies de kwaliteit van de desbetreffende dienst ten goede komen en mogen deze provisies geen afbreuk mogen doen aan de verplichting van de beleggingsonderneming om zich in te zetten voor de belangen van de klant.

BRUCE LIPTON BIOLOGIE DES CROYANCES PDF

Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft

Hun taken en bevoegdheden worden geregeld in de Wft. Per 1 januari is de Wet toezicht kredietwezen ingetrokken en daarmee is ook de Collectieve Garantieregeling uit komen te vervallen. Per 1 januari is de Wet op het financieel toezicht Wft van kracht geworden. Het wetsvoorstel is 27 juni door het parlement bekrachtigd en op 26 september ook door de Eerste Kamer.

BIOGRAFI MUAWIYAH BIN ABU SUFYAN PDF

Financiële regelgeving eenvoudig inzichtelijk

.

IEC 61000-5 PDF

Wet op het financieel toezicht

.

Related Articles